De put
Het trottoir is opgebroken,
weken lag het als een stijve wond
die in de straathuid werd gestoken
- nu is de vorst uit de grond
en twee mannen graven een put, recht
onder mijn raam. Ik loer naar ze,
verscholen achter de vitrage,
en zie hoe het wordt blootgelegd:
het wonder van het ondergrondse,
de dikke darmen van de straat,
het netwerk van wat bovengronds
vaak op gespannen voet staat.
Ze steken spaden in de stront
waar het riool is stukgeslagen,
het stinkt en ettert uit de wond,
ze roepen kreten naar hun maten
die verderop in net zo’n put
met hun gereedschap staan te roeren.
Alles, zegt men, heeft zijn nut,
en zeker dit, en zelfs mijn loeren.
Ze houden mijn gedachten vast
tussen het beeld van hun geploeter
en de wereld van mijn boekenkast.
Ze herinneren me aan vroeger,
aan jou, toen jij zo’n werkman was
die grond verzette in vreemde straten
en ’s avonds doodmoe thuiskwam, op was.
Hoeveel boeken ik daarna ook las,
dat beeld heeft mij niet verlaten,
en hoewel het in zijn diepste wezen
door een scheuring werd ontwricht
(daar viel niet tegen op te lezen),
zou ik daar nu graag over praten.
Het is te laat. Die put is dicht.
Rien Vroegindeweij
13 juli 1944, Middelharnis
Rien Vroegindeweij is schrijver, dichter, columnist, publicist, stadschroniqueur, vertaler, redacteur en bloemlezer. Op achttienjarige leeftijd verhuisde hij van Middelharnis naar Rotterdam.
In 1973 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Een vliegtuig van beton, in 2009 verscheen Later wordt alles echter – een keuze uit de gedichten 1973-2009.