Ode aan de sax
Pak je blauwe sax klootzak,
speel. Meer niet. Speel.
Speel ze van de groene richel
speel ze van de demente groenheid.
Gil. Rochel. Bespeel je blauwe sax
in windingen van nachtelijke verten,
echo gillen van elders.
laat verf van muren groezelen,
geen gekutkam
speel de chicks nat van zwaarmoedigheid
speel ze dronken van blauw
speel ze verrot
speel vals
speel een adynaton.
Kom op klootzak, kras, kwel
krab 't slijm van je sax
gier vleselijke akkoorden
gier de grote terts aan gort
blaas de tijd weg
blaas...
Harry Vaandrager
1955, Rotterdam
‘Laat de eeuwigheid aan mij maar voorbijglijden. En onderwijl met schele oren luisteren naar het ritme in het staalhart.’ (Uit: ik wordt, het balanseer/In de Knipscheer, 2018)
Nota bene Remco Campert haalde hem binnen bij de Bezige Bij eind jaren ’70. Zijn debuutbundel Langs toendra’s werd door diezelfde Campert als volgt aangeprezen op de achterflap: ‘Met Langs toendra’s meldt zich een intrigerende nieuweling’.